Specialismen

André van Oosten is gespecialiseerd in de volgende rechtsgebieden:

Verder is hij thuis in het beslag- & executierecht.

Actualiteiten & updates in de kerngebieden:

  • U bent ondernemer, dus u ziet én grijpt kansen. Een intensieve samenwerking aangaan met een ander bedrijf is nu zo’n uitgelezen kans. Zowel u als de eigenaar van het andere bedrijf zien veel kansen voor u samen; uw producten of diensten vullen elkaar mooi aan. U kent elkaar weliswaar nog niet zo lang maar: het voelt goed. Toch voelt u ook de behoefte om de samenwerking goed vast te leggen. Waar moet je dan eigenlijk aan denken? Kijk eens naar de praktijktips voor het contractenrecht van André van Oosten.
  • Een werknemer ontslaan als die niet bevalt. Dat is toch zo geregeld? Nou, nee – daar zitten behoorlijk wat haken en ogen aan. Als er sprake is van een ziekmelding kan dat de boel nog eens extra bemoeilijken. Hoe dat nou aan te pakken? Bekijk de praktijktips voor het arbeidsrecht van André van Oosten
  • Als het eenmaal zo ver is, wil iedereen het liefst een vlotte, goed lopende ‘overlegscheiding’ zonder stress, gedoe en een hoop kosten. Daar heeft u zelf veel invloed op! Hoe? Lees deze praktijktips voor het familierecht van André van Oosten.
  • Kantonrechter Alkmaar: voormalig werkgever eist dat ex-werknemer aan haar een boete ad (€ 20.000 plus € 10.000 is) € 30.000 betaalt vanwege overtreding van het overeengekomen non-concurrentiebeding, relatiebeding, en geheimhoudingsbeding, maar maakt in kort geding niet aannemelijk dat het om gedragingen gaat die daar onder vallen. Het belangrijkste obstakel voor toewijzing is dat de ex-werknemer niet bij een concurrent is gaan werken maar bij een bedrijf dat in alle opzichten verschilt van haarzelf. Zij maakt namelijk stalen constructies, trappen en hekwerken en de nieuwe werkgever van de ex-werknemer houdt zich bezig met het plaatsen van dakkapellen. De ex-werkgever hoeft wat dat betreft dan ook niet 'beschermd' te worden. Haar vordering wordt dan ook afgewezen. Rechtbank Noord-Holland 3 december 2018 (rechtsoverweging 5.5 en verder)
  • maakt aanspraak op Hof Amsterdam: afspraak niet-overdraagbaarheid geldvorderingen (“verpandingsverbod”) tussen hoofdaannemers en onderaannemer heeft in dit geval enkel verbintenisrechtelijke werking en staat dan ook niet in de weg aan de juridische geldigheid van de uitoefening van het pandrecht door de bankinstelling. Om goederenrechtelijke werking te hebben, hadden contractspartijen moeten verwijzen naar de wettekst (art. 3:83 lid 2 BW) of duidelijker moeten vastleggen dat de afspraak óók goederenrechtelijke werking heeft. Bepalend daarbij is wat kenbaar is voor derden, die niet bij het maken van de afspraak aanwezig waren. Niet gebeurd en daarom mag bankinstelling het uit hoofde van pandrecht ontvangen geld behouden. Gerechtshof Amsterdam 5 november 2018 (rechtsoverweging 3.4 en verder)
  • Voorzieningenrechter Maastricht: in beslagneming en openbare verkoop van roerende zaken kan doorgaan. Eiser heeft immers zelf gesteld dat deze niet meer van hem zijn - maar van zijn zonen -, dus hij heeft er geen belang (meer) bij dat zijn schuldeiser verder gaat met het nemen van verhaal. De zonen hadden - als zij dit hadden gewild - een rechtsvordering kunnen instellen om het tegen te houden, maar hebben dit (vooralsnog) nagelaten. De vorderingen van eiser worden afgewezen. Rechtbank Limburg 1 oktober 2018 (rechtsoverweging 4.3)
  • Rechtbank Den Haag: een ongeldige rechtshandeling (hier: de overdracht van aandelen) kan met terugwerkende kracht alsnog geldig zijn op grond van de zgn. convalescentie-bepaling in artikel 3:58 van het Burgerlijk Wetboek. Daarvoor is nodig dat het voor een geldige rechtshandeling wettelijke vereiste (hier: verkrijgen instemming van certificaathouders) alsnog wordt vervuld en alle betrokken partijen de rechtshandeling intussen als geldig hebben aangemerkt. De rechtshandeling is dan bekrachtigd. Rechtbank Den Haag 5 september 2018 (rechtsoverweging 4.33)
  • Echtscheiding en de Belastingdienst – Op 15 augustus 2018 heeft de Belastingdienst een brochure gepubliceerd waarin de belangrijkste fiscale aspecten van een echtscheiding of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap uitgelegd worden. Klik hier voor de weblink die leidt naar de brochure.
  • Minderjarige van 16 jaar oud gaat overeenkomst van opdracht aan met opleidingsinstituut (mbo-opleiding). Zij vervalst daartoe de handtekening van haar ouders (wettelijk vertegenwoordigers). Op betaling van het opleidingsgeld aangesproken, beroept ze zich op de vernietigbaarheid van de overeenkomst: de toestemming van haar ouders ontbrak en dat is in strijd met art. 1:234 BW. Hof Amsterdam: dat beroep slaagt, maar minderjarige heeft door handtekeningen te vervalsen onrechtmatig gehandeld (art. 6:162 BW) jegens opleidingsinstituut en moet op grond daarvan schade vergoeden. Deze wordt, bij gebrek aan betwisting door de minderjarige, begroot op de opleidingskosten. De - inmiddels meerderjarig geworden - minderjarige moet op die rechtsgrond dus alsnog alles betalen. Hof Amsterdam 6 augustus 2018 (rechtsoverweging 2.8 en verder)