Specialismen

André van Oosten is gespecialiseerd in de volgende rechtsgebieden:

Verder is hij thuis in het beslag- & executierecht.

Actualiteiten & updates:

  • Hof Den Haag: verzoeker had voor de financiering van de bouw van zijn huis een verklaring nodig dat hij als zelfstandige voor een wat langere periode werkzaamheden in het verschiet had. Deze verklaring is door de besloten vennootschap verstrekt. Dit is een aanwijzing voor het ondernemerschap van verzoeker. Eerder had de besloten vennootschap een werkgeversverklaring verstrekt, zodat verzoeker een appartement kon huren. Dit was echter het enige doel van deze werkgeversverklaring. Dit vormt dan ook geen aanwijzing dat verzoeker (toch) een werknemer van de besloten vennootschap was Hof Den Haag 19 juli 2022 
  • Rb. Amsterdam: de hypotheekadviseur is in 2019 bij de hypotheekberekening voor de aankoop van de nieuwe woning uitgegaan van een looptijd van 28 jaar, terwijl de looptijd van de in 2013 aangegane schuld 23 jaar en 6 maanden had moeten zijn. De fout die hij in 2015 bij het oversluiten van de hypotheek heeft gemaakt, is dus opnieuw gemaakt. Voor de daardoor ontstane vermogensschade is de hypotheekadviseur aansprakelijk Rechtbank Amsterdam 3 juni 2022 (publicatiedatum)
  • Ktr. Den Haag: op zichzelf kan uit art. 7:655 BW (informatieplicht werkgever) niet worden afgeleid dat de werkgever de werknemer moet informeren over de inhoudelijke bepalingen van een cao. Een werkgever mag er echter niet vanuit gaan dat een werknemer jaarlijks kennis neemt van de cao-bepalingen, ook niet als de betreffende werknemer jurist is Rechtbank Den Haag 8 april 2022 (rechtsoverweging 4.6.4)
  • Rb. Amsterdam: de vrouw heeft de woning na het vertrek van de man met uitsluiting van hem gebruikt. Daarom heeft hij in beginsel aanspraak op een gebruiksvergoeding. In de huidige tijd waarin vrijwel geen rente over spaartegoeden wordt ontvangen en zelfs een negatieve rente in rekening wordt gebracht bij een spaarsaldo boven € 100.000, is een rendementspercentage van 2,5% over de overwaarde niet realistisch. 0,5% is dat wel Rechtbank Amsterdam 19 maart 2022 (rechtsoverweging 2.10 en verder)
  • Rb. Noord-Holland: uit een arrest van het gerechtshof Den Haag leidt de rechtbank af dat het opnemen van een anti-speculatiebeding in het kader van de verdeling van de woning juridisch mogelijk is als de man of de vrouw deze krijgt toegedeeld tegen een te lage, dat wil zeggen niet-marktconforme waarde. Het verzoek van de man om de woning aan de vrouw toe te delen mét een antispeculatiebeding van vijf jaar wordt toegewezen Rechtbank Noord-Holland 9 februari 2022 (r.o. 2.8.9 en verder)
  • Ktr. Dordrecht: de arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd, omdat de ontbindende voorwaarde is vervuld dat werkneemster haar opleiding niet met goed gevolg heeft afgerond. Werkgever is in dat geval niet gehouden om aan het einde van de arbeidsovereenkomst te motiveren waarom de arbeidsovereenkomst niet verlengd wordt of herplaatsing niet aan de orde is. Rechtbank Rotterdam d.d. 6 januari 2022 (rechtsoverweging 5.3)
  • Hof Den Haag: het is evident dat het naast elkaar verrichten van twee of meer (vrijwel) volledige functies gevolgen kan hebben voor de inzetbaarheid van de betrokken werknemer en de kwaliteit van het werk. Werkgever heeft er dan ook een groot belang bij dat werknemer daar niet toe overgaat. Toestemming ontbreekt; het ontslag op staande voet houdt stand Hof Den Haag 8 december 2021
  • Ktr. Maastricht: het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW is niet bedoeld voor de aansprakelijke partij (de man), maar voor zijn/haar echtgenote/echtgenoot. Verder valt de aankoop van een keuken niet onder de reikwijdte ervan. Man is gebonden aan overeenkomst en moet keuken ad € 32.800 op straffe van het verbeuren van een dwangsom afnemen. Rechtbank Limburg d.d. 10 november 2021 (rechtsoverweging 4.2 en verder)
  • Ktr. Leeuwarden: een werkgever is verplicht om een werknemer te laten re-integreren; hij dient daartoe al het mogelijke te doen. Een aanpassing van flexibele werktijden naar vaste werktijden kan voor in ieder geval de periode van de re-integratie van werkgever worden verlangd. In algemene zin geldt dat het eerste spoor voorrang heeft boven het tweede spoor. Werkgever wordt veroordeeld om werknemer in haar eigen functie op de eigen standplaats te laten re-integreren. Rechtbank Noord-Nederland 14 oktober 2021