Specialismen

André van Oosten is gespecialiseerd in de volgende rechtsgebieden:

Verder is hij thuis in het beslag- & executierecht.

Actualiteiten & updates in de kerngebieden:

  • Hof Amsterdam: afspraak niet-overdraagbaarheid geldvorderingen (“verpandingsverbod”) tussen hoofdaannemers en onderaannemer heeft in dit geval enkel verbintenisrechtelijke werking en staat dan ook niet in de weg aan de juridische geldigheid van de uitoefening van het pandrecht door de bankinstelling. Om goederenrechtelijke werking te hebben, hadden contractspartijen moeten verwijzen naar de wettekst (art. 3:83 lid 2 BW) of duidelijker moeten vastleggen dat de afspraak óók goederenrechtelijke werking heeft. Bepalend daarbij is wat kenbaar is voor derden, die niet bij het maken van de afspraak aanwezig waren. Niet gebeurd en daarom mag bankinstelling het uit hoofde van pandrecht ontvangen geld behouden. Gerechtshof Amsterdam 5 november 2018 (rechtsoverweging 3.4 en verder)
  • Voorzieningenrechter Maastricht: in beslagneming en openbare verkoop van roerende zaken kan doorgaan. Eiser heeft immers zelf gesteld dat deze niet meer van hem zijn - maar van zijn zonen -, dus hij heeft er geen belang (meer) bij dat zijn schuldeiser verder gaat met het nemen van verhaal. De zonen hadden - als zij dit hadden gewild - een rechtsvordering kunnen instellen om het tegen te houden, maar hebben dit (vooralsnog) nagelaten. De vorderingen van eiser worden afgewezen. Rechtbank Limburg 1 oktober 2018 (rechtsoverweging 4.3)
  • Rechtbank Den Haag: een ongeldige rechtshandeling (hier: de overdracht van aandelen) kan met terugwerkende kracht alsnog geldig zijn op grond van de zgn. convalescentie-bepaling in artikel 3:58 van het Burgerlijk Wetboek. Daarvoor is nodig dat het voor een geldige rechtshandeling wettelijke vereiste (hier: verkrijgen instemming van certificaathouders) alsnog wordt vervuld en alle betrokken partijen de rechtshandeling intussen als geldig hebben aangemerkt. De rechtshandeling is dan bekrachtigd. Rechtbank Den Haag 5 september 2018 (rechtsoverweging 4.33)
  • Echtscheiding en de Belastingdienst – Op 15 augustus 2018 heeft de Belastingdienst een brochure gepubliceerd waarin de belangrijkste fiscale aspecten van een echtscheiding of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap uitgelegd worden. Klik hier voor de weblink die leidt naar de brochure.
  • Minderjarige van 16 jaar oud gaat overeenkomst van opdracht aan met opleidingsinstituut (mbo-opleiding). Zij vervalst daartoe de handtekening van haar ouders (wettelijk vertegenwoordigers). Op betaling van het opleidingsgeld aangesproken, beroept ze zich op de vernietigbaarheid van de overeenkomst: de toestemming van haar ouders ontbrak en dat is in strijd met art. 1:234 BW. Hof Amsterdam: dat beroep slaagt, maar minderjarige heeft door handtekeningen te vervalsen onrechtmatig gehandeld (art. 6:162 BW) jegens opleidingsinstituut en moet op grond daarvan schade vergoeden. Deze wordt, bij gebrek aan betwisting door de minderjarige, begroot op de opleidingskosten. De - inmiddels meerderjarig geworden - minderjarige moet op die rechtsgrond dus alsnog alles betalen. Hof Amsterdam 6 augustus 2018 (rechtsoverweging 2.8 en verder)
  • Hoge Raad: vermelding in verkoopbrochure dat aan de meting van een woning "geen rechten kunnen worden ontleend" is onvoldoende. Deze standaardmededeling is namelijk niet specifiek genoeg om afbreuk te kunnen doen aan het vertrouwen dat een aspirant-koper van een woning mag hebben in een genormeerde meting. Hoge Raad 13 juli 2018 (rechtsoverweging 3.4.6)
  • Verzoekster stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat zij daarom aanspraak kan maken op bepaalde werknemersrechten. Verweerster betwist dat; volgens haar is verzoekster een zzp-er en is sprake (geweest) van een overeenkomst van opdracht of aanneming. Kantonrechter Utrecht: één van de kenmerkende elementen van een arbeidsovereenkomst ontbreekt: de zgn. gezagsverhouding. Daarom is geen sprake van een arbeidsovereenkomst en worden de verzoeken afgewezen. Rechtbank Midden-Nederland 4 juni 2018 (rechtsoverweging 4.3)
  • Hoge Raad: het enkele overleggen van aangiften Inkomstenbelasting aan de rechter (zonder de bijbehorende aanslagen van de Belastingdienst) is geen voldoende betwisting van de gestelde draagkracht voor alimentatie. De man had meer inzage moeten geven in zijn financiën. Hoge Raad 4 mei 2018 (rechtsoverweging 3.3.2)
  • Werknemer blijkt langdurig stiekem besprekingen met management, collega's en relaties van werkgever te hebben opgenomen. Dit leidt tot een vertrouwensbreuk met werkgever en uiteindelijk tot een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Op verzoek van de werkgever ontbindt Kantonrechter Rotterdam de arbeidsovereenkomst. Rechtbank Rotterdam 1 maart 2018 (rechtsoverweging 5.6 en verder)